Openbaar vervoer in landelijke gebieden: de geprogrammeerde lijdensweg van de reiziger.

vrijdag 2 oktober 2015

De pers heeft het aangekondigd. De sluitingsgolf van 33 loketten blijft duren. Op 1 oktober pas werd ook in Koksijde het loket gesloten. In Koksijde nemen elke week meer dan 2000 mensen de trein. Vanaf hoeveel duizend reizigers wordt een station als rendabel beschouwd? Er wordt veel gesproken over ‘platteland’ maar het concept lijkt zeer uitgebreid als het over spoorwegen gaat. Het is een feit dat door deze criteria alles wat niet als grote stad wordt beschouwd, als “platteland” wordt bestempeld. Kunnen we nog spreken over ‘openbare dienstverlening’ als het die dienstverlening zich van het platteland terugtrekt en zich concentreert op grote steden? Moet een openbare dienst niet een optimale dienstverlening aanbieden, zelfs in de meest afgelegen gebieden van het land?

Van de Minister van Mobiliteit moet toch worden verwacht dat ze een mobiliteitsvisie ontwikkelt en geen besparingsvisie. Het is echter haar beleid dat INFRABEL en NMBS dwingt om een aantal drastische maatregelen te nemen!

Inderdaad, het plan Galant voorziet 3 miljard besparingen op 5 jaar, terwijl de schuld (4 miljard) moet worden afgelost. Elke CEO die 20% van zijn middelen ziet verdwijnen, zou hiervan koude rillingen krijgen!

Passagiers: Gezegend is hij die de trein neemt in een groot station, op een geweldige lijn en op een “winstgevende!” trein.

De NMBS bereidt het nieuwe vervoersplan 2017-2020/2030 voor. De NMBS wil bij de ontwikkeling van het plan: “een grotere vrijheid bij het openen, sluiten en onderhoud van stopplaatsen die de economische efficiëntie van het spoorwegsysteem bevordert”. “De afschaffing van weinig bediende stopplaatsen kan de commerciële snelheid verhogen en de operationele kosten verlagen”.
Met andere woorden, stopplaatsen sluiten staat gelijk met:

  • besparen op onderhoudskosten van gebouwen
  • de verkoop toelaten van gebouwen die doelbewust in onbruik geraken (ook in het kader van het Plan van de Minister)
  • verhoging van de snelheid van de treinen door ze niet meer in deze stopplaatsen te laten stoppen.

Op die manier wil de NMBS, omdat het ook een eis is van de Minister, zich voorbereiden op de concurrentie met de privésector (liberalisering). Voor de gebruiker en het personeel aan de andere kant, is het een heel ander verhaal…

Ook INFRABEL bleef niet bij de pakken zitten. Zodra het bedrijf lucht kreeg van de besparingen die het moest realiseren, heeft het haar plannen aangepast.
Maatregelen op het niveau van de investeringen:

  • “annulering van 50% van werken aan de bovenleidingen op minder gebruikte lijnen in Wallonië (besparing: 13 miljoen EUR), die zal resulteren in een verlies van kwaliteit en betrouwbaarheid van de infrastructuur en op termijn een negatieve structurele invloed hebben op de stiptheid.”
  • Uitstel van sommige noodzakelijke werkzaamheden op bepaalde lijnen. Gevolg: het buiten dienst stellen van bepaalde delen van deze lijnen (besparing: 10,9 miljoen EUR).
  • Uitstel van de uitvoering van werken van de lijn Brussel-Luxemburg van 2021 naar 2022 (6,4 miljoen EUR).

Voor INFRABEL zullen de budgetverminderingen verschillende gevolgen hebben maar vooral het buiten dienst stellen van bepaalde lijnen na het uitstel van renovatie van sporen in slechte staat. En wat gebeurt er wanneer een spoor in slechte staat niet meer wordt onderhouden? Eerst wordt de snelheid van de treinen op deze lijn verminderd om ze uiteindelijk te sluiten, en dit om het veilig treinverkeer te garanderen.

 

ACV Transcom is tegen de ontmanteling van het spoor. Wanneer door besparingen het onderhoud van de spoorweginfrastructuur vermindert, is het duurder om deze later opnieuw op te bouwen! Continue investeringen zijn dus efficiënter en meer kostenbesparend. We vragen daarom om de noodzakelijke financiën te voorzien om in het basisonderhoud van het netwerk te blijven voorzien ! De regering moet stoppen met verklaren dat besparingen niet ten koste gaan van het aanbod aan de reizigers.